Actueel

Actueel

[11-10-2019] Ontslag om bedrijfseconomische redenen

Het UWV stelt regelmatig nieuwe uitvoeringsregels vast voor ontslag om bedrijfseconomische redenen. Het arbeidsrecht ontwikkelt zich immers voortdurend door nieuwe regelgeving en rechtspraak. De uitvoeringsregels geven partijen houvast. In oktober 2019 is een nieuwe versie beschikbaar gekomen. Wat zijn eigenlijk bedrijfseconomische redenen voor ontslag?

Het UWV noemt zes bedrijfseconomische redenen die grond kunnen zijn voor ontslag:

Slechte of slechter wordende financiŽle situatie
De werkgever moet de slechte of slechter wordende financiŽle situatie van de onderneming beschrijven en aangeven wat daar de achterliggende reden van is.

Werkvermindering
Bij deze reden ligt de focus op de feitelijke overbezetting van personeel als gevolg van werkvermindering. Voor de beoordeling is allereerst nodig dat de werkgever de oorzaak van de werkvermindering toelicht. Ook is het belangrijk te weten hoe de hoeveelheid werk en de personele bezetting zich over een ruime periode hebben ontwikkeld.

Organisatorische of technologische veranderingen
De werkgever zal hier aannemelijk moeten maken dat het treffen van maatregelen die leiden tot het structureel vervallen van arbeidsplaatsen (dat wil zeggen, bezien over een toekomstige periode van 26 weken) noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering.

Bedrijfsverhuizing
De beslissing om (een deel van) de onderneming te verhuizen is een bijzondere vorm van organisatorische veranderingen. De werkgever moet zijn beweegredenen uiteenzetten en aannemelijk maken dat deze beslissing ten dienste staat van een doelmatige bedrijfsvoering. De verhuizing van de onderneming of overheveling van alle activiteiten naar een andere vestiging leidt er toe dat de arbeidsplaats van de werknemer(s) op de te sluiten locatie komt te vervallen.

BeŽindiging van de werkzaamheden van de onderneming
Bij bedrijfsbeŽindiging worden de activiteiten van de onderneming definitief beŽindigd. Worden de activiteiten elders voortgezet, dan is geen sprake van beŽindiging.

Vervallen van loonkostensubsidie
Als sprake is van het vervallen of verlagen van een voor een werknemer bestemde (en aldus persoonsgebonden) loonkostensubsidie, mag de werkgever deze werknemer voor ontslag voordragen (als herplaatsing in een andere functie niet mogelijk is). Als deze werknemer in feite hetzelfde (reguliere) werk verricht en even productief is als andere werknemers (waar geen loonkostensubsidie voor is verleend), zal het enkele feit dat voor een werknemer de loonkostensubsidie vervalt geen reden kunnen zijn voor het verlenen van toestemming.

Tip: U vindt de nieuwe uitvoeringsregels hier. Het is een document van 110 paginaís.

[11-10-2019] Wet arbeid in balans en payrolling

Per 1 januari 2020 gelden nieuwe regels voor payrolling. Payrollen blijft mogelijk om inleners te ontzorgen. Maar payrollkrachten krijgen minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden en dezelfde rechtspositie als werknemers in dienst van de inlener. Per 1 januari 2021 krijgen ze bovendien recht op een adequate pensioenregeling. Wat betekenen deze wijzigingen voor een inlener van payrollkrachten?

Veranderingen inhuur personeel
Huurt u uitzend- of payrollkrachten in? Per 1 januari 2020 bent u verplicht de arbeidsvoorwaarden die u hanteert vooraf aan het uitzend- of payrollbedrijf kenbaar te maken.

Wanneer is er sprake van payrolling?
Vanaf 2020 bevat de wet aparte regels voor payrollovereenkomsten. Daarom is het van belang om eerst vast te stellen of er sprake is van een payrollovereenkomst. Payrollen is een bijzondere vorm van het ter beschikking stellen van personeel. Het payrollbedrijf is werkgever van de payrollwerknemers, maar deze werken bij u als inlener. De payrollwerkgever neemt hierdoor alle werkgeverslasten op zich, waardoor de inlener ontzorgd wordt. U heeft bij payrolling zelf de werving en selectie van de werknemer voor uw rekening genomen of een derde (niet zijnde de payrollwerkgever) heeft dit voor u gedaan. Dit betekent juridisch dat de overeenkomst tussen payrollorganisatie en inlener niet tot stand is gekomen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt de arbeidskracht exclusief aan u ter beschikking gesteld. Als er aan beide elementen is voldaan, dan is sprake van een payrollovereenkomst en zijn de daarvoor geldende regels van toepassing.

Rechtspositie
Vanaf 1 januari 2020 is het bij payrollwerknemers niet meer mogelijk om gebruik te maken van de bijzondere regels die gelden voor uitzendkrachten. Zo zullen de wettelijke regels rond de ketenregeling die bij u van toepassing zijn ook gaan gelden voor de payrollwerknemer. Ook kan bij payroll geen beroep meer worden gedaan op het uitzendbeding, de zogenoemde fase contracten en op de (langere) uitsluiting van de loondoorbetalingsverplichting. Dit geldt ook voor contracten die al voor 1 januari 2020 lopen. Een eventueel in de arbeidsovereenkomst van de payrollwerknemer opgenomen uitzendbeding komt direct per 1 januari 2020 te vervallen.

Er gaat wel overgangsrecht gelden voor het geval er een tijdelijke arbeidsovereenkomst met een payrollwerknemer is aangegaan vůůr 1 januari 2020. De regels voor tijdelijke contracten (de zogenoemde ketenregeling) die voor 1 januari 2020 golden blijven gelden tot afloop van het tijdelijke contract.

Arbeidsvoorwaarden
Werknemers die op payrollbasis werken, krijgen minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die in dienst zijn in vergelijkbare functies bij u als inlener, ook waar het gaat om een bij de inlener geldende 13e maand, vakantiedagen, scholingsregelingen, verlofregelingen en andere arbeidsvoorwaarden. Deze voorwaarden kunnen in een cao staan, maar ook in een arbeidsvoorwaardenreglement. Als u geen vergelijkbaar personeel in dienst heeft gelden de vergelijkbare arbeidsvoorwaarden van de sector waar u werkzaam bent.

Is een bepaalde arbeidsvoorwaarde bij u als fonds vormgegeven waar de payrollwerkgever niet aan kan deelnemen? Bijvoorbeeld een scholingsfonds of ww-fonds? Dan dient de payrollwerkgever deze geldelijke bedrage te reserveren en minimaal jaarlijks of bij uitdiensttreding uit te betalen. Bijdragen aan een fonds waar de payrollwerkgever zelf onder valt kan hij hierop in mindering brengen.

Pensioen
Vanaf 1 januari 2021 heeft een payrollkracht recht op een Ďadequate pensioenregelingí. Payrollkrachten gaan meedoen met uw pensioenregeling of het payrollbedrijf treft een eigen pensioenregeling. De regels hiervoor zijn nog niet definitief.

Tip: Werkt u met payrollkrachten? Graag geven we u advies, zodat u in 2020 aan de nieuwe wettelijke regels kunt voldoen.