Actueel

Actueel

[24-9-2021] BV met veel verhuurd onroerend goed

Bezit uw BV verhuurd onroerend goed? Voor sommige fiscale faciliteiten geldt als voorwaarde dat de BV een zogenaamde materiŽle onderneming drijft. Denk aan de bedrijfsopvolgingsfaciliteit en de geruisloze terugkeerregeling. Een BV verhuurde 1100 garageboxen en 57 bedrijfsruimten. Toch was volgens de Belastingdienst geen sprake van een materiŽle onderneming.

Na een beroepsprocedure kwam de hoogste rechter eraan te pas.

Hoofdregel
Een materiŽle onderneming kan worden omschreven als een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid waarmee wordt beoogd door deelname aan het maatschappelijke verkeer winst te behalen. Naar objectieve maatstaven moet worden getoetst of de verrichte werkzaamheden een materiŽle onderneming vormen. De exploitatie van onroerende zaken vormt een materiŽle onderneming als de aard en de omvang van de verrichte werkzaamheden meer omvatten dan bij normaal vermogensbeheer gebruikelijk is en de verrichte werkzaamheden ten doel hebben het behalen van voordelen die de bij normaal vermogensbeheer opkomende rendementen te boven gaan.

Bewijslast
De belastingplichtige, die een beroep doet op een fiscale faciliteit, heeft de zware bewijslast om aannemelijk te maken dat de BV een materiŽle onderneming drijft.

In dit geval slaagt de belastingplichtige daar niet in, ook al nemen de werkzaamheden gezien de hoeveelheid panden veel tijd in beslag. De organisatie en de werkzaamheden van de BV, waaronder het voeren van een actief huurdersbeleid, zijn volgens de rechter gebruikelijk voor beheerders van vastgoedbeleggingsportefeuilles met een vergelijkbare omvang.

Ook aan de zogenaamde Ďrendement-plusí-eis is niet voldaan. Het door de belastingplichtige aangevoerde gemiddelde jaarrendement omvat immers ook de autonome marktontwikkelingen, zodat het niet bruikbaar is als vergelijkingsmaatstaf. Bovendien heeft de belastingplichtige niet aannemelijk gemaakt of en in hoeverre het behaalde rendement kan worden gerelateerd aan meer dan gebruikelijke werkzaamheden.

Stelling belastingplichtige vergeten?
Voor de hoogste rechter voert de belastingplichtige aan dat de eerdere rechter niet is ingegaan op zijn stelling dat de BV regelmatig garageboxen koopt die zij, al dan niet na renovatie- en revitalisatiewerkzaamheden, voor een substantieel hogere prijs verhuurt dan de vorige eigenaar/verhuurder. Die werkzaamheden hebben daadwerkelijk geleid tot een rendementsverbetering die niet het gevolg is van autonome marktwerking.

Oordeel hoogste rechter
Volgens de hoogste rechter kan dit echter onderdeel zijn van normaal vermogensbeheer. Het gaat niet om een afzonderlijke beoordeling van bepaalde specifieke activiteiten. De vraag is of het totaal van de werkzaamheden naar aard en omvang onmiskenbaar ten doel hebben het behalen van voordelen die het bij normaal vermogensbeheer opkomende rendement te boven gaan. En die vraag had de eerdere rechter terecht negatief beantwoord.

Let op: De bedrijfsopvolgingsregeling kent een vrijstelling van minimaal ruim Ä 1.100.000. De regeling is alleen van toepassing bij overdracht of overgang van een zogenaamde materiŽle onderneming. †Aangekondigd is dat de regeling zal worden heroverwogen. Vraag tijdig advies over de mogelijkheden in uw situatie.

[24-9-2021] Vakantiegeld en overwerkbeloning

Een chauffeur claimt bij zijn ex-werkgever een bedrag van meer dan Ä 9.000 aan te weinig betaald loon tijdens vakantieverlof. Bij de berekening van vakantiegeld was de beloning voor structureel overwerk immers niet meegenomen. Volgens de ex-werkgever hoefde dat ook niet, omdat de chauffeur vrijwillig had aangegeven dat hij wilde overwerken. Hoe oordeelt de rechter?

Hoofdregel
De vergoeding voor overwerk maakt geen deel uit van het loon dat tijdens de vakantie moet worden doorbetaald, tenzij:

  1. de gemaakte overuren voortvloeien uit een verplichting op grond van de arbeidsovereenkomst,
  2. de werknemer op regelmatige basis overuren maakt, en
  3. de vergoeding van de overuren een belangrijk onderdeel vormt van de totale vergoeding die de werknemer voor zijn beroepsactiviteit ontvangt.

Verplichting
Partijen zijn het erover eens dat op grond van de arbeidsovereenkomst, het personeelshandboek en de CAO overwerk niet verplicht was. Ook zijn partijen het erover eens dat er pas sprake was van overwerk als de werkzaamheden op weekbasis mťťr dan 40 uur bedroegen, dat iemand in beginsel niet hoefde over te werken als hij dat niet wilde, dat werknemers bij de werkgever konden aangeven of zij wel of niet wilden overwerken en dat de chauffeur had aangegeven dat hij wilde overwerken.

Toch vindt de rechter dat het door de chauffeur verrichte overwerk verplicht was, en dus niet vrijwillig. Volgens de werkgever hield de planner er rekening mee als een chauffeur wilde overwerken, want dan werd deze chauffeur voor meer uren dan 40 uur per week ingeroosterd. Doordat het werd ingeroosterd is het overwerk volgens de rechter opgedragen werk geworden, en dus wel degelijk verplicht. Dit overwerk ontstond immers gedurende de uitvoering van de werkzaamheden en werd direct aansluitend daaraan verricht. De chauffeur kon niet na het einde van zijn werktijd van 40 uur per week stoppen met zijn werkzaamheden en naar huis gaan, want dat zou inhouden dat hij zijn werkzaamheden niet afmaakte en er dus in feite sprake zou zijn van werkweigering. Gelet hierop was het willen verrichten van overwerk dus wel vrijwillig, maar is het overwerk verplicht geworden doordat het werd ingeroosterd en er geen mogelijkheid was om na de werkweek van 40 uur te stoppen met werken.

Regelmatige basis
Volgens de chauffeur werkte hij structureel, dus regelmatig over. Dit blijkt ook wel uit de overzichten van de werkgever, want in alle periodes van vier weken werd overwerk verricht. Het overwerk fluctueert weliswaar per periode en is geen ťťn periode hetzelfde, maar het overwerk is bijna altijd meer dan 50 uur per periode en vaak tussen de 70 en 90 uur per periode. Zelfs in een periode dat vakantie werd opgenomen of sprake was van ziekte, is nog overwerk verricht, zodat er al met al sprake was van het maken van overuren op regelmatige basis.

Belangrijk onderdeel totale vergoeding
Uit de overgelegde salarisspecificaties blijkt dat de overwerkvergoeding een wezenlijk onderdeel van het salaris van de chauffeur was, zodat deze ook een belangrijk onderdeel vormde van de totale beloning.

Oordeel rechter
De conclusie is dat de vergoeding van gemaakte overuren deel uitmaakt van het loon waarop de chauffeur recht had voor opgenomen vakantieverlof.

Let op: Regelmatig overwerk waaraan de werknemer zich niet kan onttrekken omdat het is ingeroosterd en waarvoor de vergoeding een wezenlijk onderdeel is van zijn totale beloning, dient bij de bepaling van het vakantiegeld te worden meegenomen.