Actueel

Actueel

[26-2-2021] Koerier verduistert ruim 500 telefoons

Een koeriersbedrijf krijgt een melding dat er uit zijn bus in een parkeergarage spullen worden overgeheveld in een personenauto. Het bedrijf neemt direct contact op met de koerier van de bus. Die zegt niet in de parkeergarage te zijn geweest. Hij levert daarna zijn vracht af. Later blijkt dat de inhoud, ruim 500 smartphones ter waarde van 200.000 US$, is verwisseld met houtblokjes. De werkgever stelt een onderzoek in.

Na twee weken volgt een gesprek waarin aan de koerier een foto wordt getoond van de bus in de parkeergarage op het bewuste tijdstip. De koerier wordt per direct op non actief gesteld. Nadat de feiten zorgvuldig en gedegen verder zijn onderzocht aan de hand van de filmbeelden van de bewakingscamera, wordt de koerier op staande voet ontslagen. De koerier vordert bij de rechter vernietiging van het ontslag.

Oordeel rechter
De werknemer heeft de filmbeelden niet betwist of van een aannemelijke verklaring voorzien. Daarom kon de werkgever op grond van haar bevindingen met recht concluderen dat de koerier betrokken was bij de verduistering van de smartphones. Een ontslag op staande voet lag daarmee in de rede. De werkgever is na de melding van de verwisseling voortvarend te werk gegaan door direct nader onderzoek te doen, de werknemer te horen en vervolgens tot het ontslag te besluiten. Met de ontslagbrief is dan ook sprake van de vereiste onverwijlde mededeling. De ontslagbrief was bovendien volstrekt duidelijk over hetgeen de werknemer wordt verweten en over de gronden voor het ontslag.

De werknemer heeft geen recht op de transitievergoeding of een billijke vergoeding.

Tip: Deze uitspraak laat een ontslag op staande voet zien dat door de werkgever na een vermoeden van verduistering goed onderbouwd is gegeven. Eerst vragen stellen aan de werknemer, dan gedegen en zorgvuldig feitenonderzoek, direct daarna de volgens dat onderzoek terechte beschuldiging van de werknemer en het ontslag op staande voet.

[26-2-2021] Toerekening koopsom aan bedrijfsgedeelte

Een ondernemer koopt een woonboerderij voor € 850.000 en zet het bedrijfsgedeelte op de balans voor € 165.000. Op het bedrijfsgedeelte schrijft hij niet af. Na twaalf jaar verkoopt hij het geheel voor € 737.500.  De koopprijs is in de notariële akte niet gesplitst in een woninggedeelte en een bedrijfsgedeelte. Leidt de verkoop tot winst of verlies op het bedrijfsgedeelte?

Volgens de ondernemer is er eigenlijk een verlies, omdat het bedrijfsgedeelte niets waard is. De Belastingdienst komt op basis van een controlerapport waardeonderzoek op een boekwinst van € 274.000. Volgens de rechter is het rapport echter onvoldoende onderbouwd.

Dan komt de Belastingdienst met de waardeverhouding tussen het woon- en bedrijfsgedeelte in de WOZ-beschikking. De rechter vindt die verhouding niet realistisch. Die waarden zijn in de WOZ-beschikking bovendien slechts een hulpmiddel om tot de eindwaarde te komen.

De ondernemer heeft van zijn kant echter ook niet aannemelijk gemaakt dat het bedrijfsgedeelte geen enkele waarde heeft. De bedrijfsgebouwen zijn niet sloopwaardig en de bedrijfsgrond is gewoon bruikbaar. De omstandigheid dat de koopsom in de koopakte niet is gesplitst, bewijst ook niet dat het bedrijfsgedeelte voor nihil van de hand is gedaan.

De rechter stelt de waarde/koopsom van het bedrijfsgedeelte zelf vast op € 354.000. Er is dus een boekwinst van € 189.000.

Let op: In waarderingskwesties kan de rechter zelf een waarde vaststellen. Daaraan zijn partijen dan gebonden. Soms is onderhandelen met de Belastingdienst handiger.